Jambo Zanzibar! (november 2016)

Jambo Zanzibar! Om 4 uur 's nachts is het hallucinant te zien hoeveel karavanen mensen met valiezen van overal de vroegere kiss and ridezone van Brussels Airport betreden. Allemaal door de trechter van de gekanaliseerde tent met pre-luchthavencontrole. Zwaarbewapende militairen kijken toe. Zowat iedereen mag zonder bagagecheck door, tenzij je er verdacht, lees moslimachtig, uitziet. De vlucht naar Zanzibar om 6.20 uur is in een 737, elf uur vliegen incl. een uurtje technische stop (tanken en crew change) zonder het vliegtuig te verlaten in Hurghada, Egypte... Adembenemend om lang enkel over geel en bruin woestijnzand te vliegen dat zich later zonder spoor van beschaving in zee stort. Geel wordt turquoise, dan licht- naar donkerblauw vol eilandjes, kale zandbanken boven water. Deel twee, nog eens vijf uur, heeft zijn hoogtepunt als we de Nijl volgen en boven Luxor vliegen tot Aswan. Dan verder over Khartoum, Addis Abeba, Lake Victoria, de Kilimanjaro, een massief stuk zwart met relatief weinig sneeuw dat boven de wolken uitsteekt, Nairobi... met arrival 19.00 uur plaatselijk. Dan na een chaotische heksenketel waar niemand weet wat en hoe, papieren invullen, visum betalen 50$, uitgebreide controles met registratie van al je vingerafdrukken en fotoshoot, snel nog twintig minuutjes taxi (13$) naar Zanzibar City, meer bepaald Stone Town, de krioelende en fascinerende Unesco erfgoedstad.

Introduction: zinderend Zanzibar Zanzibar is Hakuna Matata. Zanzibar is Afrika ontmoet het Oosten.

Ook in de onfraaie geschiedenis van Sultans en slavendrijverij. Zanzibar was er de draaischijf en de markt van. De kruising van de twee culturen is quintessentially Zanzibar. Mooi en lelijk. Volk, ras en kleur. Fauna en flora. Een wereld apart.

We verblijven in Zenji hotel van een Hollands/Zanzibar stel Anneloes en Mani (kort voor Suleihman). Een goedkoop bescheiden pand met weinig faciliteiten. Eerst door een kaal stukje restaurant, wat souvenirs en dan door een gang een bureautje binnen, de receptie.

Jeffrey, een graatmagere Eddie Murphykloon, begroet ons uitbundig expressief, legt alles uit, soms moeilijk verstaanbaar en als we iets onverwachts vragen, blijkt meermaals dat hij wat anders begrepen heeft. Net zoals straks overal. Maar telkens ik hem voorbij kom, is het een enthousiast heftig handen schudden. Het is de filosofie van Zenji, kansen bieden aan mensen om te leren en enkel werken met eigen producten. Opgeleiden hebben die kans al. Meer over deze edele kijk op zenjifoundation.com. ‘Zenji’ is de oude Perzische benaming voor de oorspronkelijke zwarte bevolking. ‘Bar’ zou voor kust staan. Vandaar Zanzibar. Maar de sympathieke fouten en misverstanden zijn hier niet te tellen. Net zoals gegarandeerd verloren lopen, het tekort aan aanduidingen, bewegwijzering of het totaal gebrek aan verkeersreglementen. Maar... that’s part of the fun, moet je denken. Wie anders denkt, moet maar naar Benidorm. Maar het leidt tot grappige toestanden. Ik vroeg of ze iets van ons kunnen bewaren in hun koelkast. De idee was gekoeld bier, indien vindbaar, want moslimland. Jeffrey: “Like?” Ik: “Huh, something we might buy”. Hij: “Such like... a fish?” Bij het presenteren van de kamer: “This is a room with an airco that works”. We aten er een paar keer een snelle hap. Nooit kregen we, noch hadden ze, wat we bestelden, buiten die simpele veggie curry. No problem, hakuna matata. Ja, het van The Lion King bekende Swahili songzinnetje voor ‘geen zorgen’, ‘wind je niet op’ is zowat de strijdkreet hier.


Maar toch, neem de laatste dag. Hilarisch. Nella koopt er in het miniboetiekje, een Afrikaans gedecoreerde lamp voor ons pas samenwonende dochter. Maar ze wil het in een wat cadeauachtige verpakking refererend naar het hotel. Niemand begrijpt het. Eigenaar Mani komt erbij. Gelukkig, want we vragen een test en het functioneert aanvankelijk niet. Nadien zegt hij onze pakjeswens te zullen doorgeven. We wachten een half uur, komen ze aan met een soort postpakket van een kraan in een kartonnen doos vastgemaakt met snelbinders. We geven het op. Wanneer we inpakken, besluit Nella die veel te grote doos te elimineren en de lamp tussen de kleren te stoppen. Om te ontdekken dat daarin effectief die waterkraan zit... Stel je voor... Terug naar de romantiek. Slapen onder een helikopter in een sprookjesachtig 1001-nacht ebbenhouten bed met sierlijk samengebonden muskietengaas en vaalgele koloniaal aandoende, zwakke lichtjes, het heeft iets... Naast het toilet bevindt zich een darmpje met waterknop, oorspronkelijk omdat bepaalde Arabieren geen wc-papier gebruiken, maar nu handig voor de schoonmaak. De hoge bedden herinneren aan de koloniale tijd toen daar massieve hutkoffers onder stonden. Hoewel. Na drie dagen lekkend zweet van borst, rug, gelaat... ondanks die koffiemolen in het zwerk, zien we... wat is dat daarboven? Hé, dat ziet er een airconditioning uit. Tiens, hier ligt een afstandsbediening. Airco for dummies, maar alles wordt leefbaarder... Receptionist Chris die later massa’s foto’s en selfies met me maakt, gaat altijd enthousiast door het lint. “Mister Wiiiim!”, stevige hand shake, schoudergeklop. Alle dagen zit er hier allerlei volk rond te hangen, geen idee wat ze er doen. Maar ik blijk populair. Wat een beetje happiness, levensvreugde en zotdoenerij al niet vermag. Let’s remain jolly. Ze lachen zich een breuk met mijn onnozeliteiten, ze zitten er gewoon op te wachten. “Mister Wiiim, you awl crazy mèn” Day time, twilight, sunset, night: zonderling Zanzibar Om 5 uur 's ochtends hoor je de gezongen gebedsoproep, waar ik ondanks ontwakend morgenlicht - we zitten dicht bij de evenaar, dus elke dag licht van +- 6.30 tot 18.30 uur- lekker half wakker doorheen snooze, ondanks het vibrerende stijgende straatkabaal...

Het roof top café, oef windje, is een bevrijding en bijna een voorwaarde om te profiteren van een verblijf in deze stad. De meeste restaurants hebben dat. Soms met panoramisch uitzicht over zee of daken en braakafval. Daar nemen we ook het ontbijt. Breakfast is het minimum minimorum, maar ik stel me tevreden met het heerlijke hibiscus sap of de mango-met-iets-sap, de dagelijkse schijf watermeloen, minibanaan en ananas/papaya, een heerlijke espresso, dat wel, en wat toast.

Karibu Stone Town Central market is een wervelstorm van indrukken. Indrukwekkend lange bananen en allerlei mogelijke vruchten, te koop aangeboden in stapeltjes. Kleurrijke gesluierde tot gedrapeerde dames en de, je constant aansprekende locals, maken het tot een feest voor oog, oor en neus. Nou ja, als je de fish market of de meat market bezoekt, dan heb je een sterke maag nodig. Wat daar aan slordig kapotgerukte kadavers, zal ik het maar noemen, ligt, is niet bevorderlijk voor de appetijt, vooral niet op die vuile stenen, tja betonbakken, vol vliegen. En dan, zoals overal in de stad, ligt men in de onmogelijkste houdingen op de onmogelijkste plaatsen te slapen, te soezen, te knikkebollen, desnoods vlak naast een gehalveerde dikke tonijn of stukken vlees aan been. Later op weg naar de Anglican cathedral en de historische slavenmarkt (gruwelijke tijden moeten dat geweest zijn, pure onmenselijkheid) hebben we de kronkelstraatjes waar letterlijk iedereen “Karibu!” zegt, “Welcome!” (to my shop).

Djambo, hallo! En als wij westerlingen toch altijd wat gestresseerder lijken dan de inwoners: pole, pole, kalm aan. En ook de Hakuna matata’s zijn niet van de lucht. En best veel smiles als je contact hebt, al is er werk voor een legertje tandartsen… Sommige moslimvrouwen zijn zelfs erg koket met hoofddoeken vol glittertjes en pareltjes en verrassende djellaba’s. Anderen paraderen fier, toch helemaal anders dan in Arabische landen. Al vind je er ook de in zwart ingepakte soort en geüniformeerde moslimkinderen, al hebben die iets schattigs samen. Geen boerka’s, geen boerkini’s. De inboorlingen hier zijn over het algemeen slank tot mager, wel allemaal erg klein van postuur. Bijna geen “fwat momma’s” dus. Maar na een tijd ontdek je binnen die Afrikaanse populatie toch etnische verscheidenheden. Dus dit lijkt een diffuse en meerduidige samenleving die harmonieuze tolerantie voorstaat. Een voorbeeld.

De ‘papasi’ zijn wel vervelend. Hun truc is gewoon tegen je beginnen praten, hier heb je... daar is er... Ignoreren of duidelijk zeggen: no service needed, we will never pay. Tja. Eruitzien alsof je verloren bent of niet weet wat je wil binnen die overvloed van impulsen, werkt als een magneet op Zanzibarezen die dan op je afkomen. Helaas is dat moeilijk, want je bent sowieso verloren en overdonderd, dus niet evident, waardoor ze, als ze dat lang volhouden, geld kunnen vragen voor hun ‘service’. Of commissie bij waar ze je brengen. Hoewel de mensen fundamenteel vriendelijk, vrij beleefd en behulpzaam zijn, is het toch moeilijk om ze te onderscheiden van degenen die er een slaatje uit proberen te slaan en dat is in de binnenstad zowat iedereen. Bepaalde huizen zijn betoverend met hoge houten trappen, wat balustrades en balkons en dan, die hoge, wat lompe en toch elegant gedecoreerde sprookjesbedden. Maar tussenin helaas veel afvalplekken, ruïneachtige leegtes, golfplaten en bouwbereddering en dan opeens... een deur, wat een deur. Een fascinerend zware poort bijna in massief donkerbruinzwart hout met uitgekerfde versieringen en soms indrukwekkende koperen spijkers en ornamenten. Daar hebben ze hier een patent op. Een beetje fotograaf kan hier op dit aspect alleen, enkele dagen loose gaan. En je wil telkens roepen: “Sesam open u”. Het effect van een kruising tussen Indisch, Arabisch en Afrikaans lijkt de essentie van deze cultuur. Ook opvallend, nergens honden maar overal kleine, wit-beige poesjes. Raar. Hoewel een van de veiligste steden van Afrika, (betrapping op beroving of stelen is een risico op gelyncht worden) zijn er toch de traditionele afzettrucjes. Afdingen is hier een keihard spel dat je moet spelen, net als het overzicht bewaren. In elke reisgids staat dat je sowieso verloren zal lopen in de oude stad. Niet met deze door azimut, kompas en stafkaart getrainde ex-scout met zijn – eigen lof stinkt- sterk oriëntatie vermogen. Quod non. Het klopt absoluut. Ook de stadsplannetjes zijn zowat waardeloos tot soms compleet fout. We zien verder the Old Dispensary, the Old Custom House en the Big Tree, een uitzonderlijk wijd uitgespreide Indische banyanboom. Verder, the Palace Museum (Beit al-Sahel) huis van diverse sultans, waar we worden ingewijd in de geschiedenis van de voortschrijdende levens- en woonstijl van die Arabische heersers. Een Ali Babagevoel. De man die naast de kassa stond en ons spontaan begint te gidsen, blijkt natuurlijk niet een onderdeel van de ticketprijs te zijn. Maar we laten het zo en op het einde geven we hem een dollar. Sim sala bim. Forodhani Gardens wordt gedomineerd door landmark The House of Wonders (Beit al-Ajaib), een koloniale structuur vol balkons en met een clocktower en twee kanonnen ervoor. Nu nationaal een belangrijk museum voor geschiedenis en cultuur. En met ernaast het oude Omani Fort (Ngome Kongwe). Het park ligt centraal langs the waterfront en is een oase van rust na de souksachtige belevenis in het wirwarlabyrint van de binnenstad. ’s Avonds verandert het in een drukke, onderbelichte avondlijke streetfood market met een ongelooflijk groot aanbod van zowat alles dat op een stokje kan. Zeevruchten, kip, vlees, allerlei onherkenbaars. Men moet telkens uitleggen wat het is. Niet evident in deze donkerte. We herkennen alleen octopus. Verder lookbroden en chapati’s. Het is een bijzonder attractief, uniek gebeuren, waar je naar elk standje geronseld wordt als toerist. En het is natuurlijk onmogelijk er niet uit te zien als een toerist.

Helaas evolueert het naar een tourist ripp-off. Inboorlingen en bezoekers mengelen zich probleemloos in deze krioelende sfeer, maar wij Westerlingen betalen beslist meer. Elk stukje aangeduid is voorgebakken en heeft een absurd lage prijs in Tsh (Tanzaniaanse shilling). Alles wordt dan op een bordje gegooid en op de BBQ weer opgewarmd. Je moet vooraf niet betalen, zeggen ze. En… geen probleem, we regelen dat straks wel. Je gaat ergens zitten rommelen met papieren borden en plastic mes en vork, en nadien word je getrakteerd op een abnormaal hoge prijs. Begin er maar aan. Wij deden het anders. Toen onze food eraan kwam, vroegen we de prijs voor het in ontvangst nemen, wat niet hun bedoeling bleek. Maar we zagen hoe twee Zweedse dames niet wisten wat doen, nadat ze hoorden 49 000 shilling voor wat misschien hoogstens 10 000 mocht zijn. Geen idee hoe het afliep.

Bij ons ging het zo. Het laatste bod voor twee volgeladen porties wilden ze nog absoluut 35 000 Tsh krijgen. Je moet weten dat een gemiddelde lekkere curry met vlees of vis en groenten, of een degelijk hoofdgerecht in een deftig restaurant, niet over de 20 000 Tsh gaat, zowat 10$ (9€) en deze markt als officieel lokmiddel de superlage prijs heeft. We argumenteren licht verontwaardigd over en weer. Ondertussen komen er allerlei ‘specialisten’ bij. We maken duidelijk dat we niet meer dan 30 000 willen geven, tellen de briefjes tweemaal en stoppen het hen toe. Wat verwarring en dan zegt de ontvanger: ja maar, het moet 30 000 zijn en niet 25 000. Hij toont het ons natellend. Aha. De truc met de duif. Met alle Chinezen maar niet met den dezen. Ik zeg: dat briefje zit al in je zak of bij een vriend; we pakken onze plat en wandelen weg. Niemand komt ons na. Nadien ontdekken we dat het meeste voedsel, zogezegd onder stukken chapati, er niet op liggen.

Andere en betere avond. Een bescheiden hoogtepunt is de tropical sunset vanaf het dakterras van The Africa House, een heerlijke mengeling van Arabische invloeden en Zanzibarese toepassingen. De ebbenhouten kisten met koperen versieringen zijn pure Ali Baba-achtige meesterwerken. Als oudste Engelse club in Oost-Afrika voel je hier nog de spirit van het koloniale Old Albion. Beelden van Britse puntsnordiplomaten, lords die gin-tonics drinkend bridgen, cricketen, golfen, hockeyen of tennissen, met biljarthal, bibliotheek, clubzetels en rooksalon.

De laatste dag spenderen we aan lezen, schrijven, inpakken. Het regent ook een aantal uur vrij heftig. November is het ‘klein’ regenseizoen. We gaan lekker eten in het mooie historische pand The House of Spices, wel moeilijk te vinden in de smalle Stone Town steegjes en straatjes waar zelfs geen auto tussen kan. Het beklemmendste is, er weer uitgeraken vanwege het totaal ontbreken van straat- noch andere verlichting... The Tea House (Emerson on Hurumzi)

Schitterend (letterlijk) hoogtepunt. Verdoken in de wirwar achter de House of Wonders bevindt zich dit hotel met restaurant The Tea House. Authentiek koloniaal, fantastische, bijna ceremoniale slaapkamers met indrukwekkende bedden en ingericht met fijn houtwerk, arabesken en veelkleurige gordijntjes en antieken zetels, zelfs met een bad in de vloer half in de buitenlucht. Overal balustrades, bloemen en prachtig. Het toilet sluit je met een zware schuifbalk bijna zoals een middeleeuws kasteel. De trappen zijn zwaar en hoog en uitputtend. Op het dak vierhoog uittorent boven de stad, met 360° zicht over Stone Town, de haven en de zee en de eilandjes in de verte. Het is schoenen uit en op tapijten tegen lage kussentjes op de vloer zitten aan lage tafeltjes. Een compleet Perzisch interieur. Dit is echt “dépayser”. Het panorama omvat moskee minaretten (voor de rest zijn die vijftigtal islamgebedshuizen onzichtbaar) een hindoetempel, een kerk, en overal het klagerig overkomende korangezang door luidsprekers. Maar wat een bakken sfeer. Er zit een flinke bries, en even regent het. Alles is open aan de zijkanten, geen nood, zeilflappen worden een tijdje naar beneden gerold. De bediening is top met zwarte kelners in lange gewaden die alles uitleggen, onze handen laten wassen uit een kan met heerlijk rozenwater. Ik eet er de lekkerste veggieburger ooit en Nella tijgergarnalen met ananas van de grill en pilaurijst en groenten. Onvergetelijk.

On the beach: zanderig Zanzibar Ik kijk vanop een ligstoel van Tembo hotel uit over laagtij en talloze bootjes met namen zoals Blue Wave, Red Monkey, Equator, Kisa Nini, Jambo, en - nu gaat het achteruit - Gladiator en... Facebook.com, Ladies Free en Mr. Bean. Simpele, smalle vervallen lange sloepen met holle kap, rudimentaire houten banken, die bij eb op het strand liggen. Wel sierlijk zijn de Dhows die bij valavond en zonsondergang met hun sierlijk uitgerekt driehoekig zeil, fotogenieke Afrikaanse romantiek uitstralen.

Ik bestel een Kilimanjaro, het beste bier hier, beter dan Safari en Serengeti, maar allen pils. Voor wie graag alcohol lust (de verleiding van fruitcocktails met een shot whatever is groot) is het hier een bezoeking. Zelfs de meest westerse hotelketens passen deze moslimregel toe. Enkelen vegen ze feestelijk aan hun laars, maar nergens kan je het te weten komen, tenzij ter plaatse zelf. Strandbar The Livingstone (naar de hier aangespoelde bekende Schotse ontdekkingsreiziger) zet dan ook meer bier om dan gelijk waar elders. Ondanks de Westerlingen, ik verkies altijd een 'lokale' sfeer, is het best een heerlijke plek, vooral dankzij de schaduwrijke mkungubomen met grote, heerlijk trosachtige dikke blaren. Ik kom er de enige Belgen in een week tegen: een groep van 14, bijna allen singels, die drie weken via Joker vooral minder bekende Afrikaanse reservaten deden.

Maar eten wil ik hier niet. Ik wil curry’s en inheems voedsel en geen variaties op westers fastfood, al is er -ere wie ere toekomt- geen enkele internationale, noch andere fastfoodtent te vinden in Zanzibar. Pluim!

Er lopen natuurlijk best wat strandleurders rond, met plastieken zonnebrillen, foulards of sarongs, kralen en pseudo koraalsieraden, maar ze zien duidelijk dat wie hier zit, er al enkele dagen verblijft. Het verschil zit er hem in ‘verse’ toeristen te vinden, want ze weten ook dat na twee dagen het vet van de soep is, vanwege honderden keren benaderd voor hun beurt. Hakuna matata blijft de uitroep om aandacht te trekken, die je overal hoort. Zou de Disneyheritage dat geweten hebben toen ze de gelijknamige song beroemd maakten? Al wordt het pijnlijk als een half tandeloze, haveloos uitziende rastagrijsaard met lange sikbaard ons, na zijn aanbod van miserabele kralenkettingetjes, meteen trakteert op deze reactie: “You don't want to buy my things, despite my misery. It is because I'm black. I am poor, so you don't want me”. Natuurlijk ben ik even van mijn melk, tot ik hetzelfde refrein hoor tegen enkele Polen, enkele tafels verder. En zoals ik a propos de laatste jaren overal merk: de Oost-Europeanen zijn aan een serieuze inhaalbeweging bezig.

Vanaf 5 uur komen de local boys naar buiten aan de vloedlijn. Zoals overal ter wereld proberen ze elkaar te overtreffen in prestaties. Het op handen lopen en de dubbele salto's met aanloop van strand naar zee met stuntsprong in de branding zijn sensationeel. Met allerlei variaties proberen deze gespierde atletische zwarte jongens elkaar te overtreffen.

Diverse mensentypes flaneren voorbij. De Masai zijn de mooiste, zeker in hun traditionele jurk met lange dolk aan de zij. Ze zijn lang, slank, kijken en lopen uitermate fier.

Bij zonsondergang hangen er honderden kleine vogeltjes in de hibiscusbomen te kwetteren en sjilpen dat het een lieve lust is. Heerlijk. Tourists for Tortoises De boottocht naar Prison Island met onze ‘capten’ Tom is verfrissend, iets meer dan een halfuur varen. We bezoeken natuurlijk eerst de reuzenschildpadden, geven ze te eten, vermijden de drollen, zien ze paren wat wat lullige geluiden met zich meebrengt. En, heu, niet erg lang duurt. Hun geschiedenis als bedreigde diersoort is ontroerend. Ooit waren er hier een paar duizenden en toch slaagde men erin om er honderden te komen stelen voor hun schelp. In tempore non suspecto (1983) at ik in Belize eens een reuze turtle steak voor 1 $. Verrassend lekker. Nu schaam ik me bij de gedachte. Deze tortoises zijn, na die op de Galapagos, de grootste ter wereld, enkel hier te vinden en ze worden normaal zo’n 100 jaar oud. We zien hun eieren, hun pasgeboren babyturteltjes.

Dan gaat het naar de gevangenis, die dat nooit werd, wel een quarantainekamp voor gele koortsgevallen. En dan via die enorme slip wit poederzandstrand de boot weer in om verder bij de koralen te gaan snorkelen. Altijd een belevenis, de soorten koraal, de dieptes en hoogteverschillen en die steeds betoverende altijd maar anders veelkleurige tropische visjes. Het blijft een fascinerende wereld onder de waterlijn in exotische streken. Even komen ze tot vlak onder mijn buik. Ik grijp naar een mooi stuk koraal en het breekt af. Ik neem het mee, al is het allicht verboden. Hoe dan ook, na eindeloos wassen en verpakt in lagen plastiekfolie blijft het erg stinken. By bye koraaltje.

Nadien op zoek naar lunch worden we wel tien keer aangesproken. “Hi, I’m capten, I have boat. Wanna go to Prison Island?” Tot we bijna in koor antwoorden: “We come FROM Prison Island! We are freeeee.” Spicy, rocky daytrip Ik stel een trip samen dat het element spice tour, de must-do-excursie hier, combineert met een rit naar de Oostkust waar we, al weken voordien boekten in het uitzonderlijk merkwaardige restaurant The Rock. Uitleggen hoe bijzonder deze rots is met zijn trap naar het enig gebouwtje dat net die door de zee ingevreten stuk rots omvat, kan beter door gewoon naar foto’s te kijken. Zowel uniek bij laag- als bij hoogwater.

Maar eerst the spicy bit. We leren van alles over kruiden en specerijen. Kweek, behandeling, gebruik en nut o.m. kaneel, nootmuskaat, kruidnagel (85% van de wereldhandel), kardemon, citroengras, cacao, vanille, aloe vera, kurkuma, gember... ook proeven we de nangka of jackfruit, de grootste boomvrucht ter wereld met een smaak tussen mango, papaja en lychee. We proeven tientallen fruitsoorten. Nella die darmkrampen heeft, krijgt als remedie een vreselijk straffe kruidnagel-gemberthee geserveerd. Van een bloesem van de lipstick tree, wordt een zwart assistentje van onze gids beschilderd met rood, Hindoebolletje op het voorhoofd en zo. We ruiken ongelooflijk sterke onverfijnde basisparfums van zowat alles dat hier groeit, waaronder het hoofdbestanddeel van Chanel 5. Ik smeer verse kurkuma op mijn insectenbeten, vijf naast elkaar op mijn binnenarm (na 6 dagen nog niet weg). Ik neem een verse kruidnagel en muskaatnootvrucht mee om thuis te drogen.

Nadien krijgen we een met machete opengehakte koksnoot, ter plaatse gevlochten kronen, zelfs een das, een hangertje, een ring, een handtasje, allemaal uit palmblaren en worden gekroond tot King and Queen of Spices terwijl een lenige jongen blootsvoets een palmboom inkruipt om daar te zingen en –vergeef me- de aap uit te hangen. Hij zingt hakuna matata, jambo en zo.

We stoppen onderweg aan een van de grootste attracties van het eiland The Jozani Forest vooral bekend om zijn baobabs, unieke vogelsoorten en andere fauna, vooral de bedreigde rode colobusaapjes. Helaas hebben we weinig tijd en het kost de volle pot. We laten het maar zo om, terecht, te genieten van de onweerstaanbare ongerepte Oostkuststranden boven Paje.


The Rock.

Ik eet er een carpaccio van verse vis, eigenlijk een ceviche met een hemelse smaak van kokos met limoen, omringd door rauwe courgetteschijfjes. Nadien lobster van de grill met een fantastische licht gerookte smaak. De prijzen zijn naar lokale normen hoog, zowat als een bistro in België, maar het is er binnen groter en gezelliger dan verwacht met een loungy terrasgedeelte. Eerst naakt omringd door poederzand en putten en dan door het opkomende blauw (vergelijk het met de Mont Saint-Michel) wat betekent dat we met een bootje terug moeten. Ik roep het uit tot de meest bijzondere en romantische plek waar ik ooit at. Een uniek en memorabel hoogtepunt. We fotograferen ons te pletter en rijden dan terug naar het hotel. Onze trip liep van 9 tot 17.30 uur. Perfect dus. Wel warm, maar een gammele taxi heeft ook airco als hij de hele dag zijn ramen rijdend openlaat.

Freddy Mercury


’s Avonds trekken we naar Mercury’s bar waar alles in het teken staat van de hier geboren Queenzanger, die bij de Islamieten als promiscue element niet echt populair is. De vloedlijn in de avondschemering en het jolige strandgebeuren van spelende en badende jongetjes, vissers- en andere boten is perfect. Hier serveren ze als een van de weinigen in de directe buurt (straal van tien minuten rond ons hotel) bier en alle mogelijke alcohol. Maar het eten, de bediening en de wifikwaliteit is bedroevend. De toiletten zijn ingedeeld als heren=king en dames=queen. Wat zou Freddy Mercury gekozen hebben?

Observations

Kleren... De opmars in de wereld van de voetbalplunjes. T-shirts, broekjes, refererend aan allerlei wereldploegen. Club en Anderlecht kwam ik nog niet tegen. Ik zou de mensen die nooit op een vliegtuig zullen zitten en 'Fly Emirates' dragen, niet te eten willen geven.

Hilarisch, twee vrouwen in een boerka (enkel een ogenspleet) nemen een... selfie.

Armoede, maar iedereen heeft een mobieltje en nog meer dan bij ons, zijn ze er constant op bezig. Velen zitten gewoon ergens uren op een stuk steen te tokkelen of te bellen. Naar wie, over wat, het lijkt ons een raadsel. Rondhangen, zowat letterlijk, overheerst als dagactiviteit. Er is natuurlijk die constante 30° met een hoge luchtvochtigheid. Soms gutst het zweet uit mijn body. Gratis Turks bad. Afgematte leurders beginnen op het einde van de dag, moedeloos hun waar van ver aan te prijzen terwijl niemand kijkt. Vanaf dan beginnen mannen op hun taxi te liggen, bijna onverstaanbaar prevelend: “Taxi?”

Elektriciteit is een probleem hier. ‘s Avonds is er zeer weinig avondlicht, wat normaal is in onderontwikkelde landen, maar toch, een mens ziet graag wat hij eet. Smaak en geur gaan samen met kleur. Al heeft het ook zijn typische charme. Meer nog, nergens geen helle neon noch lichtpollutie en dus... sterrenhemels.

Eigenlijk is het best een beleefd, gastvrij en tolerant volk. Ik denk dat wij ze misvormen (zie verder). Een voorbeeld. Net na binnenkomst in het hotel de vierde dag, horen we een fikse klap. Een auto tegen een camion. Direct verkeerschaos en er was al zoveel volk. Bijgevolg wordt de toeloop enorm. Er wordt gekrijst, geroepen, geduwd, getrokken, het is onoverzichtelijk. En... merkwaardig, de politie doet gewoon niks. We observeren het allemaal vanuit de Vip-loge dat ons balkon opeens blijkt te zijn. Maar na een tijd druipen er enkelen af en opeens lijkt het afgelopen. Geen oplossingen gezien, geen regelingen. Na de razernij dooft het als een kaars. De berg heeft een muis gebaard...

Reflections

TripAdvisor is een slechte tripadvisor. De inflatie van de reviews. Letterlijk, maar dan ook elk hotel, resto of bar hier, heeft een serie Awards of Excellence van TripAdvisor hangen. En keer op keer stemt het niet overeen met mijn mening doorploegd qua reiservaring.

Ding áltijd af naar beneden. Doe het voor het spel. Dat niet doen, geeft een negatief effect op de economie. Als iemand door een stomme toerist een weekloontje kan verdienen met het verkopen van een te duurbetaalde prul, wees dan maar zeker dat dit overal de ronde doet. Gevolg, iedereen gaat daarop speculeren i.p.v. van hun krachten in te zetten voor de opbouw van het land op een constructieve manier. Kortetermijndenken. Aan de andere kant wordt dan de druk op toeristen zo groot dat het riskeert zo vervelend te worden, verteld wordt in reisgidsen, dat men op een bepaald moment wegblijft. Deze stelling zag ik helaas al meermaals tijdens mijn vijfendertig jaar internationale reiservaring, bevestigd.

Meer leuke foto's: https://www.flickr.com/photos/wimvanbesien/albums/72157660671697838/with/30814630942/

4 weergaven0 opmerkingen