Verzandt Brugge opnieuw?

In de middeleeuwen was Brugge een trotse, vooraanstaande kosmopolitische handelsstad. Een wereldspeler tijdens zijn hoogdagen. En toen… verzandde het Zwin. Bekende geschiedkundige materie. Ook het verval van Brugge. Vandaag is onze stad opnieuw bloeiend en welvarend en staat ze op de toeristische wereldkaart.

Een bedenking die af en toe mag gerelativeerd worden. Ik wil de vele reizigers van alle nationaliteiten tijdens mijn jaren in het internationaal toerisme die wel Club Brugge kenden maar niks over onze stad wisten, niet te eten geven. Om maar te zeggen dat blauwzwart - dit geheel ter zijde – misschien wel onze grootste ambassadeur is in het buitenland als sterk merk. En dat we hier à propos heel wat kansen laten liggen. In dat licht is een mooi stadion trouwens niet alleen een nodige voetbaltempel, maar ook een landmark in 2 betekenissen. Maar goed dat gaat over city marketing.


Terug naar mijn punt over Brugge als toeristisch product.

Ik vrees voor een tweede verzanding! Verzanding door vanzelfsprekendheid. Verzanding door onderschatting. Iedereen wil van het toerisme een graantje meepikken. Een mooie uitdrukking voor ‘profiteren’. Maar mag het wat creatiever, frivoler, origineler? Waarom overal zo platjes, zo banaal? Zo zonder meerwaarde, zo zonder moeite te doen of effenaf fout. Ik verklaar me nader…

Nog niet lang terug hadden we het fenomeen van de ronselende obers op de Markt, toeristen binnentrekken, het heette onder kelners “van poale zien”. Een verwerpelijke praktijk. Her en der worden nog steeds argeloze gasten als ze een biertje vragen, ongevraagd een halve liter aangesmeerd. Ander concreet voorbeeldje verleden week nog meegemaakt. Een Engels koppel wou gaan zitten om iets te drinken op een terrasje. Dat mocht niet, alleen als ze aten. Ze claimden dat ze rustig wilden aperitieven en dan wat later beslissen over de menukeuze. Kon niet, dan moesten ze elders plaatsnemen. Ze wilden daar blijven zitten en herhaalden hun heuse intentie te willen eten, straks. Kon niet. Meteen bestellen! Ze zijn boos weggegaan. Zeker, in onze hotels en echt professionele uitbatingen vindt je service en kwaliteit, in de marge daarentegen….

Doe eens de oefening: praat eens met ervaren toeristen over onze stad weg van de clichés. Neem van me aan dat velen de overkill van pakweg pralinewinkels, au fond belachelijk vinden. En het is geen geheim dat naast de kwaliteitshuizen er bijgekomen zijn met ronduit slechte producten. Who cares? Een graantje meepikken mijnheer. En jawel, er wordt nog steeds authentieke Brugse kant Made in … verkocht. In de Zilversteeg staat al jaren een fotostand waar je een foto kan laten maken bij een als musketier verklede eigenaar. Een musketier! In Brugge! En naast onze terechte toprestaurantweelde en toffe bistrootjes gaan we toch niet blind zijn voor de eethuisjes op toeristische leest die allemaal mosselen geven buiten het seizoen en waar de kaart zich beperkt tot garnaalkroketten, stoofvlees, waterzooi en dan hebben we het zowat gehad. Kwaliteit? Waarom? De redenering is: die toerist is straks toch weg en komt niet meer terug. Dat diezelfde toerist zijn verhaal rondvertelt, dat er Tripadvisor-sites zijn waar reiservaringen en negatieve kritiek kunnen gedeeld worden, reisgidsen worden herschreven, hun zorg niet. .

Een imago is zo snel om zeep. Het wordt sluipend gif. Een reputatie verzandt voor u het weet. Daarom dat ik pleit voor een beleid dat op toeristisch vlak (naast de voor de hand liggende normen qua milieu, hygiëne, voedselveiligheid, …) een vorm van quality control inlast. Kijk eens, er zijn krijtlijnen over bouwnormen en monumentenzorg om ons “imago” niet aan te tasten. Maar hoe we omgaan met onze bezoekers is ook imagobepalend. Als ex-cruise director heb ik ooit een stad als vaste bestemming laten bannen door het wangedrag van zijn inwoners. 3 schepen van onze rederij kwamen er niet meer langs, kort daarna gevolgd door een andere maatschappij. Die stad had die tienduizenden toeristen per jaar zelfs broodnodig maar ik kon de oeverloze klachten van onze passagiers niet meer ignoreren. Hard? Ja, ik weet het.


En het zit in van alles. Een bedelaar in Brussel, een grootstad, dat wordt aanvaard. Ze bestaan nu eenmaal overal ter wereld. Maar in Brugge stoort het de toeristen enorm. Omdat het hier voelt als een tang op een varken. Sorry, realiteit. Vele bootjesmannen dragen norse gezichten en stralen "tegengoesting" uit en geven commentaren in gebrabbeld enbar slecht "buitenlands". Kijk elders in de wereld eens hoe verzorgd en verwelkomend het wel kan. En wat is er in 2012 mis met degelijke audioguides? En heeft u ook zo’n hekel aan lelijke eetgelegenheden met afgebleekte foto’s van frieten met een stuk kip à la de Spaanse Costa’s. Kan er niet wat meer klasse? Waar blijven de ondernemers die i.p.v. nog een bier- of pralinewinkel investeren in een pand met top Belgische mode, bijzonder Belgisch design of echte exclusieve artisanale streekproducten….?

Natuurlijk hebben we een vrije markt. Een reden te meer om waakzaam te blijven. Vanzelfsprekendheid en onverschilligheid, laten betijen… wordt verzanding.

Dit is geen pessimistisch pamflet. Blijven inzetten op veiligheid, properheid, zovele zaken bepalen ook ons imago. En draagt bij tot ons aller levenskwaliteit. Dus, dit is ook geen pleidooi voor absurde regelgeving. Al verlang je soms naar een (opgelet bedoeld pejoratieve term op komst) een “quality police”. Laten we toch maar eens nadenken over kwaliteitsbeheer. Voor je het weet, verzandt Brugge een tweede keer.

6 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven